Hoe meer nieuwe vloeibare brandstoffen in stookolie, hoe minder CO2-uitstoot

De komende jaren zullen we de CO2-uitstoot aanzienlijk terug moeten dringen om uiteindelijk tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Hoe kunnen we de voordelen van stookolie behouden en toch de CO2-uitstoot terugdringen? Een breed scala aan ‘future fuels’ (vloeibare brandstoffen van de toekomst) zou de overgang naar een verwarmingssysteem met lage uitstoot kunnen vergemakkelijken, met minimale aanpassingen aan de installaties.

Nieuwe vloeibare brandstoffen met een lagere CO2-uitstoot zijn de toekomst van mazoutverwarming in Europa, zegt Willem Voets, General Manager van Informazout. “Momenteel wordt volop onderzocht hoe we die kunnen produceren. De grondstoffen verschillen, maar ze hebben één ding gemeen: ze concurreren niet met grondstoffen voor voedselproductie.” Maar wat zijn dat eigenlijk future fuels? “Future fuels zijn hernieuwbare brandstoffen van plantaardige oorsprong uit biomassa (Biomass-to-Liquid) of afvalstoffen (Waste-to-Liquid) zoals houtpulp, plantaardige olie, zetmeel of algen. Een van de meest veelbelovende brandstoffen is HVO (met waterstof behandelde plantaardige olie).

HVO is nu al verkrijgbaar en het werkt, zegt Moritz Bellingen, president van Eurofuel, de vereniging die de belangen van de stookoliesector verdedigt bij de Europese instellingen en bij andere beleidsmakers op Europees niveau. “Er zijn al succesvolle tests uitgevoerd in Duitsland en Finland. Ook in Oostenrijk en Zwitserland zijn er tests bezig. Momenteel analyseren we de voor- en nadelen van verschillende percentages bij het bijmengen van HVO in stookolie in verwarmingsinstallaties (ketels, tanks en leidingen). We willen de consument laten meestappen in de energietransitie door hem te helpen zijn CO2-uitstoot te beperken en toch zijn bestaande verwarmingsinstallatie te behouden, mits enkele kleine aanpassingen. Steeds meer petroleumbedrijven tonen interesse voor deze nieuwe energiebron. De industrie komt met oplossingen als reactie op de politieke en reglementaire druk.”

Bild:© Andreas Heddergott / TU München

Minder bekend is dat vloeibare brandstoffen geproduceerd kunnen worden op basis van zonne- of windenergie, zegt Willem Voets. “Hernieuwbare elektriciteit, water en koolstofdioxide (CO2) zijn dus de voornaamste bestanddelen van wat men het Power-to-Liquid- (PtL) proces noemt. Die synthetische brandstoffen, ook e-fuels genoemd, kunnen CO2-neutraal zijn en vormen een interessante manier om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan mét behoud van de vloeibare vorm, die gemakkelijk te vervoeren en te stockeren is. E-fuels kunnen ook gemengd worden met traditionele brandstoffen of omgevormd tot producten met dezelfde eigenschappen als benzine, diesel, huisbrandolie of kerosine.”

Een van de obstakels voor de ontwikkeling van deze nieuwe brandstoffen zijn volgens Willem Voets de productiekosten. “Die liggen heel wat hoger dan bij klassieke brandstoffen. Studies over de ontwikkeling van synthesebrandstoffen zoals PtL en e-fuels voorspellen nochtans 2.000 miljard euro winst per jaar op het vlak van milieu en economie wereldwijd. In Duitsland alleen al zouden er 500.000 banen bijkomen die rechtstreeks of onrechtstreeks gelinkt zijn met het plaatsen van de infrastructuur voor het produceren van deze nieuwe brandstoffen. Momenteel hebben enkele biobrandstoffen, vooral van de eerste en de tweede generatie, productiekosten die vergelijkbaar zijn met de prijs van klassieke stookolie. Zo kan HVO geproduceerd worden aan minder dan € 1 per liter. Een gunstig fiscaal regime kan van deze hernieuwbare brandstof een zeer competitieve optie maken, vooral wanneer ze met stookolie wordt gemengd.”

 

Voor meer informatie verwijzen wij u door naar InformazoutMeer informatie