Ronde Tafel Sessie – Smart Buildings

Grote gebouwen worden al sinds jaar en dag gestuurd door gebouwbeheersystemen. De technologische vooruitgang maakt dat de klassieke elektronica onder druk komt te staan. En ook in residentieel blijven de nieuwste ontwikkelingen niet onopgemerkt. Reden voor Installatie360 om een Ronde Tafel Sessie te organiseren met als thema Smart Buildings. Experts aan tafel bespreken de laatste trends en zoomen in op toekomstige ontwikkelingen. 

Wat zijn de trends en ontwikkelingen op het gebied van gebouwbeheer en automatisering? Rik Vereecken van byNubian: “De convergentie naar IoT is onmiskenbaar, de klassieke elektronica staat onder druk. IoT sensoren liggen qua prijs vrij goed, zijn qua integraties soms vele keren makkelijker dan klassieke systemen en houden er vooral een ander business model op na, zijnde van fabrikant rechtstreeks naar de gebruiker.” Volgens Philip Mathuis van Qbus is dat inderdaad de grootste trend van vandaag in zowel residentieel als grote gebouwen. Werd in het verleden heel weinig naar de gebruiker gekeken, vandaag komt hij steeds meer centraal te staan in oplossingen. Ik verwacht dat veel partijen op een bepaald moment verplicht gaan zijn om hun legacy systemen te laten evolueren naar een meer open infrastructuur.”

Johny Vangeel, Beckhoff Automation

Openheid van data
Over open of gesloten gesproken, Michel Grosemans van Gia Systems heeft er een duidelijke visie op: “Ik strijd al meer dan tien jaar tegen de slogan open. Veel partijen pretenderen open te zijn, waaronder KNX, maar zijn dat helemaal niet. Open betekent dat je kan communiceren met anderen via een uitwisselingsprotocol. Een open protocol is eigendom van niemand en is vrij verkrijgbaar, zoals Linux.” Volgens Kristof Dupon van Buildin-IQ is er zoveel discussie rond open of gesloten, omdat je het op zoveel verschillende manieren kan interpreteren. “Open communicatie is één, maar tegenwoordig zijn alle producten op dat vlak open. In die context is KNX ook open omdat iedereen er op kan werken, maar als de projectdatabank niet wordt vrijgegeven door de diegene die het geprogrammeerd heeft, dan ben je nergens. Dat is ook de reden waarom IoT zo succesvol zal zijn, omdat de openheid van data de facto daar is.”

Gezonde concurrentie
Voor mij is een open systeem een systeem waarop je met verschillende fabrikanten kunt gaan interageren en verschillende typen materiaal kunt gaan gebruiken van verschillende vendors, zegt Philippe Kygnée van Wago. “Een gesloten systeem is een systeem waar je binnen één merk blijft en waarbij alles is getest om met elkaar te werken. Voordeel van een open systeem is dat studiebureaus gemakkelijk kunnen voorschrijven, zodanig dat er ruimte is voor verschillende typen systemen voor een gezonde concurrentie. En als er na installatie iets vervangen moet worden is er de vrijheid om sensor Y te gebruiken in plaats van de huidige sensor X. Dat is voor mij open.” Philip Mathuis meent dat gesloten systemen in sommige gevallen nodig kunnen zijn om specifieke kritische parameters zoals security te kunnen optimaliseren. “Dat is tevens de dualiteit: aan de ene kant moeten systemen gesloten zijn, maar aan de andere kant ook open om te kunnen communiceren.” Rik Vereecken ziet dat anders en zegt: “Ik denk dat security helemaal niks te maken heeft met open of gesloten systemen.” Ook Johny Vangeel van Beckhoff Automation kan dat bevestigen: “In het ontwerp van systemen van gerenommeerde fabrikanten zit al een beveiligingslayer ingebouwd. Open of gesloten op gebied van security is geen discussie.”

Michel Grosemans, Gia Systems

Bedraad of draadloos
Wat zijn de ontwikkelingen in bedrade en draadloze systemen? Wordt alles straks draadloos? “Dat is puur in functie van de toepassing,” meent Rik Vereecken. “Het heeft niks te maken met de waarde van systemen. Er zijn twee grote trade-offs: hoever wil je geraken met je signaal en hoeveel data wil je versturen?” Het heeft volgens Kristof Dupon ook te maken met de mogelijkheden in het gebouw. “Daar waar je geen draad kunt trekken, is draadloos een prima alternatief.” Philippe Kygnee voelt nog altijd wel een serieuze terughoudendheid naar draadloos, vooral in projecten. “Als er bedraad kan worden, gebeurt dat ook. Het geeft blijkbaar nog altijd een gevoel van extra zekerheid. Onterecht eigenlijk, want draadloos is even betrouwbaar.” Volgens Michel Grosemans hebben we qua technologie het eindpunt nog niet bereikt. “Alles wat er nu op de markt is, is alleen maar een tijdelijke overgangstechnologie. Het houdt ook heel veel fabrikanten tegen. Het tempo gaat zo hard, van Bluetooth 3.2 naar 4.2 naar 5.0. Maar 5.0 kan weer minder dan 4.2. Wij zijn specialisten, maar ik denk dat we hier als experts aan tafel allemaal niet 100% mee zijn.” Philippe Kygnée kan dat bevestigen: “Wat we zien is dat er steeds meer partijen in de markt actief zijn met nieuwe producten en  technologieën. Deze partijen zijn noodzakelijk om de technologie te doen groeien. De keerzijde is echter dat de eindklant geen garanties heeft over de levensduur van zijn installatie. Dit kunnen wij ons niet permitteren. Evoluties in de markt worden door ons ons nauw opgevolgd en geïntegreerd zodra de technologie tot maturiteit is gekomen.”

Philippe Kygnée, Wago

Creatief kunstwerk
Volgens Michel Grosemans bestaat er een groot verschil tussen residentieel en utiliteit. “In residentieel geloof ik wel in IoT en ook in draadloos. Als het licht uitvalt en je krijgt het niet snel terug aan, dan steek je een kaarsje aan. Maar als in de utiliteit morgen een halve dag het licht of netwerk uitvalt, omdat een 99,5% betrouwbaarheid is gegarandeerd van het netwerk, dan is er een serieus probleem. Nee, het is een drama. Utiliteit eist een veel hogere betrouwbaarheid en beheersbaarheid.” Philip Mathuis antwoordt: “Behalve als je in residentieel ook je deuren aanstuurt, etc. In die toepassingen wil je ook in residentieel een even betrouwbaar systeem dat bovendien door de gebruiker zelf makkelijk is te beheersen.” Beheersbaar betekent volgens Michel Grosemans dat een evolutie moet plaatsvinden naar een geparametriseerde oplossing, zodat het begrijpelijk is voor iedereen in plaats van een vaak onduidelijk creatief kunstwerk dat via programmatie wordt gecreëerd.” Dat is ook de reden waarom veel grote projecten nu op frustraties aanlopen, zegt Kristof Dupon. “Leveranciers houden de boel gesloten en op moment dat de data moet vrijgegeven worden, wordt een zodanig grote factuur op tafel gelegd die niemand wil betalen. En dus blijft alles bij het oude. Waarom komt die factuur pas op dat moment op tafel? In de aanbestedingsfase moet alles zo goedkoop mogelijk en de leverancier denkt het te gaan terugverdienen in onderhoud. Dat fnuikt de innovatie.”Johny Vangeel: “Dat is natuurlijk anders als er gewerkt wordt met een open systeem van PLC programmatie, met genormeerde programmeertalen, die ontwikkelingen buiten de configuratie toelaten.”

Rik Vereecken, byNubian

Spin in het web
Een gebouwbeheersysteem is in theorie de spin in het web en moet alles gaan bewaken, zegt Rik Vereecken. “Maar wat we vaststellen is dat het dat niet doet. Er passeren miljoenen gegevens (data) waar niks mee wordt gedaan. Data wordt niet mee gebruikt voor analyses en verbeterprocessen. Het is enkel actie-reactie.” Philippe Kygnée: “Momenteel is het gebouwbeheersysteem vooral een dashboard voor de facilitymanager om de status van zijn gebouw te zien. Meer niet.” Opvolging van bijvoorbeeld de naregeling van installaties met mogelijk grote gevolgen vindt dan ook nauwelijks plaats, weet Johny Vangeel. Gebouwbeheersystemen zijn daar ook niet voor gemaakt, stelt Kristof Dupon. “Je zal er een laag boven moeten leggen.” Rik Vereecken kan dat bevestigen, maar zegt: “De meeste gebouwbeheersystemen staan standalone en zijn niet gekoppeld met de cloud, dus dat wordt een lastig verhaal. Dat heeft te maken dat men zich onnodig zorgen maakt over security, waar we eerder al over spraken. Als een product van in begin af veilig is geconcipieerd, is dat geen issue.” Michel Grosemans: “De cloud betekent voor mij: waar staat de server? Je kunt perfect data binnenhalen en analyses doen met een server die lokaal staat.” Analytics uitvoeren op een lokale server lukt meestal niet, zegt Johny Vangeel. “Het is de centrale rekencapaciteit die vraagt om te kunnen scalen. IOT/cloud oplossingen zijn daar zeker een mogelijke oplossing.”

Kristof Dupon, Buildin-IQ

Cloud
Rik Vereecken: “Lokaal is het onmogelijk om analyses uit te voeren voor een groot gebouw die nodig zijn om alles deftig te gaan regelen. Als je bijvoorbeeld een deftige analyse wil doen naar patroonherkenning van alle luchtgroepen, dan heb je niet één maar tientallen servers nodig. Die ga je lokaal niet plaatsen voor die ene keer in de x aantal tijd dat je die capaciteit nodig hebt. De voordelen van cloudcomputing zit hem in de prijs in functie van de performantie en capaciteit. De cloud is spot goedkoop omdat je betaalt per seconde dat je de extra infrastructuur nodig hebt.” Behalve analytics in de cloud verwacht ik dat uiteindelijk alles in de cloud terechtkomt, ook de processturing, zegt Kristof Dupon. “In de jaren negentig had ieder bedrijf nog een eigen IT afdeling, server- en beheeromgeving, enz. Vandaag hebben KMO’s geen enkele server meer staan. Alle applicaties draaien in de cloud, zoals office365, tijd- en planningsapplicaties, de volledige boekhouding, en ga zo verder. En die kant gaan we ook op met de aansturing van gebouwen. De betrouwbaarheid en beheersbaarheid is dan veel groter dan alle lokale hardware van gelijk welke leverancier.” Philip Mathuis: “Heel veel grote bedrijven hebben die stap ondertussen al genomen of gaan die nemen. De kracht van de cloud gebruiken voor analyses en gecentraliseerde AI gaat heel wat veranderingen teweeg brengen in het domein in de komende jaren.”

Philip Mathuis, Qbus (r)

Thuis
Philippe Kygnée ziet nog een belangrijke evolutie als het gaat om smart buildings. “Innovatie zaken ontstaan steeds meer in een residentiele omgeving. Daar wordt het gewoon en vervolgens sijpelt het door naar grote gebouwen. Had men vroeger de beschikking over de meest gesofisticeerde technologie op kantoor, vandaag is dat vaak omgekeerd.” Kristof Dupon: “Met sommige producten staan we inderdaad thuis veel verder.” Volgens Rik Vereecken heeft dat ook te maken met de privacy, dat ligt bij bedrijven enorm gevoelig. “Als er een beeldsensor wordt geplaatst op het werk, staan medewerkers meteen op hun achterste poten. Terwijl als ze thuis met hun smartwatch een rondje gaan hardlopen, laten ze het heel de wereld weten via Facebook, en liggen daar geen minuut wakker van.” Philippe Kygnee antwoordt: Thuis beslis je zelf over je privacy en op je werk wordt de beslissing voor je gemaakt, daar zit het verschil. Mensen hebben er problemen mee als een beslissing wordt opgedrongen.” Johny Vangeel: “Hoeveel mensen zouden zich bewust zijn van het feit dat de Nest thermostaat thuis van Google is? En Google hangt die daar niet zomaar. Of de slimme speaker Alexa, die zit constant mee te luisteren.”

Goed gejost
Leuk al die systemen, maar ze moeten wel deftig onderhouden worden. Michel Grosemans: “Vroeger werd een systeem geïnstalleerd en had de gebruiker er 25 jaar geen kosten aan. Vandaag worden systemen geïnstalleerd, exclusief het beheer en onderhoud. Die kosten worden jaarlijks aangerekend. Bekeken over de total cost of ownership worden veel bedrijven dan goed ‘gejost’.” Dat is inherent aan hoe de huidige aanbestedingen werken, zegt Kristof Dupon. “Financiële draagkrachtige partijen zetten installaties soms zelfs onder de kostprijs op de markt, dat ze terugverdienen met onderhoud en beheer.” Onderhoudskosten zijn vaak voor de huurder, niet voor de bouwheer, zegt Philippe Kygnee. “Daar maken bedrijven gebruik van, maar is makkelijk op te lossen door in het aanbestedingstraject de onderhoudskost mee te nemen.” Michel Grosemans vindt het een fout van de studieburelen die de volledige kostprijs moeten opvragen, inclusief onderhoud, licenties, gebruik, enz. “Kortom een eerlijke vergelijking maken. Nu vergelijken ze alleen initiële installatiekosten.”

As a service
Rik Vereecken ziet markt voor abonnementsformules, zoals Philips met lighting as a service. “Met andere woorden, je koopt zoveel licht op een bepaalde plaats.” Michel Grosemans noemt het bullshit as a service. “We gaan nu alles aanrekenen als een service. In plaats van één partij die onderhoud doet in een gebouw, heb je straks te maken met 25 partijen die alle bullshit as a service gaan onderhouden. Uiteindelijk betaal je 150% voor hetzelfde.” Rik Vereecken is het daar niet met eens: “Die ene partij die zogenaamd het onderhoud doet, werkt voor elke specialiteit ook weer met onderaannemers. As a service formules bieden de gebruiker wel zekerheid. Bovendien zal het uiteindelijk de kwaliteit ook ten goede komen, omdat bedrijven zelf ook gebaat zijn in het deftig opleveren en opvolgen van installaties en systemen. Denken we maar aan bijvoorbeeld ‘lighting as a service’ waarbij niet alleen de juiste hoeveelheid en kleur licht maar ook de energiekost in het contract opgenomen is.” Als we vandaag alles afregelen en opleveren zoals we het ontwerpen, halen we in België de norm met twee vingers in de neus, meent Michel Grosemans. “Het ontbreekt alleen aan een business case.” De regelgeving (EPB, Breeam) is volgens Philippe Kygnée ook te weinig gefocust op automatisatie en smart buildings. Rik Vereecken: “Uiteindelijk moeten we niet vergeten voor wie we het doen: de mens. Die moet centraal staan in alle oplossingen.”