Ronde Tafel Sessie – Brand!

Brand! Gelukkig worden jaarlijks maar weinig mensen geconfronteerd met brand. Toch hebben er zich de laatste jaren enorme rampen voltrokken als gevolg van brand in gebouwen, met als meest recente voorbeeld de Grenfell Tower in Londen. Hoe is het gesteld met het brandbewustzijn in België? Zijn gebouweigenaren en bouwheren zich wel bewust van de risico’s en nemen ze (tijdig) in het bouwproces de juiste maatregelen als het gaat om brandpreventie en brandwerende oplossingen? We bespreken het met een aantal experts tijdens onze Ronde Tafel Sessie met als thema brand!

Louis van Rompay, Rei International

Leegte
Louis van Rompay van Rei International zet direct de toon en zegt: “Bij veel gebouwen in België is het slecht gesteld met de brandveiligheid. Een brand, zoals in de Londense torenflat, kan ook zomaar in ons land gebeuren. In de basisnormen staat er namelijk nauwelijks iets beschreven over de gevelopbouw. Het WTCB heeft wel een document uitgevaardigd op het gebied van gevels, een zeer goed document zelfs, maar het is geen wettelijke verplichting. Binnenlandse Zaken is nu wel volop bezig om de basisnormen aan te passen, zeker in verband met de wijze waarop gevels moeten uitgevoerd worden.” Arne Inghelbrecht van Fire Engineered Solutions Gent: “Voorafgaand het incident van de Grenfell Tower was reeds een werkgroep van de Hoge Raad opgestart om bepaalde leegtes in de wetgeving op te vangen. Na het incident werd door het WTCB onder andere de vorderingen gemaakt door werkgroep van de Hoge Raad gepubliceerd, waarbij het advies van de Hoge Raad hopelijk verder zal leiden tot nieuwe regelgeving nog in 2018.” Ook Eddy Mackelbergh van Fermacell kan dat beamen. Hij zit zelf in de werkgroep en zegt: “Het zit echt in een stroomversnelling, waarbij we met verschillende partijen rond de tafel zitten om tot eenduidige normen te komen over gevelsamenstelling, brandreactie van producten,….”

Steven Gabriel, Promat

Koninklijk besluit
Het is vrij typisch in België dat er eerst een ramp moet gebeuren om een thema, in dit geval brandwerendheid, hoger op de agenda te krijgen, zegt Steven Gabriel van Promat. Johan Bijvank van Promat vult aan: “Dat is eigenlijk overal zo. In Nederland hebben de drie ‘iconische’ rampen – de Schipholbrand, het Hemeltje in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede – ook gezorgd voor een grotere bewustwording van brandveilig bouwen. En eigenlijk had alleen de brand in Schiphol met bouwkundige brandpreventie te maken. Ook voor installatietechnieken in gebouwen heeft het een soort van spin-off. Men gaat zich toch dingen afvragen. Je kunt alles wel met regels dichttimmeren, maar ik vind dat je als gebouweigenaar of bouwheer een basiszorgplicht hebt om een brandveilig gebouw te realiseren en te exploiteren. De constructies kunnen nooit allemaal wettelijk dichtgetimmerd zijn op het gebied van brandveiligheid. Natuurlijk, zo’n richtlijn van het WTCB is hartstikke nuttig, maar we gaan toch niet wachten tot het een wet wordt?” Arne Inghelbrecht nuanceert het enigszins: “In België is er een koninklijk besluit (KB) voor brandpreventie op de werkplaats. Het verplicht de werkgever een risicoanalyse uit te voeren en te beoordelen of het gebouw brandveilig is voor zijn werknemers. Wij zien dat na de ramp in Londen er een piek is in de vraag naar deze risicoanalyse en dat er toch een bewustwording is dat er bij de werkgevers zelf een belangrijke verantwoordelijkheid blijft liggen.”

Eddy Mackelbergh, Fermacell

Spelen met mensenlevens
Laten we niet vergeten dat het de bouwheer is die betaalt, zegt Eddy Mackelbergh. “Als het budgettair iets minder kan, is hij daar ook gevoelig voor. Dat is ook gebeurd bij de Grenfell Tower. Ik denk dat bij alle hoge gebouwen in België wel iets mis is en niet enkel met de gevel, maar ook met de schachten, de doorvoeringen, noem het maar op. Er zijn zoveel lacunes. We moeten streven naar een plichtbewuste uitvoering van elke activiteit in een bouwproces. En dat betekent een doorvoering niet afdichten met een mortel. Toch gebeurt het, vaak uit budgettaire reden. Men vergeet dan wel dat er met mensenlevens wordt gespeeld!” Kenny De Vleeschouwer van Proseco antwoordt: “Dat is de zorg voor later dikwijls. In België geldt ‘als we het niet moeten doen, doen we het niet.’ Inderdaad, vaak vanwege budgettaire redenen. En dat is echt heel zorgelijk.” Luc Adam van KBS Systems: “Eigenlijk zouden we er naar toe moeten dat het werk van een installateur pas gedaan is als de brandwerende afdichting is gerealiseerd. Of ze dat zelf doen of uitbesteden, dat maakt niet uit. Als het maar gebeurt, voordat ze ’s avonds naar huis gaan.”

Arne Inghelbrecht, Fire Engineered Solutions Ghent

Warranty of Fitness
De bouwheer betaalt inderdaad, maar kan ook verantwoordelijk worden gesteld bij gebreken, zegt Louis van Rompay. “Vorig jaar zijn er twee Ierse meisjes doodgebleven bij een brand in een studentenwoning in Leuven. De rechter heeft beslist, ondanks dat de meisjes toch bepaalde handelingen hadden gedaan die de brand hadden veroorzaakt, het gebouw als brandonveilig te bestempelen. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk gesteld voor die brand. En daarmee is een belangrijke president geschept. Als er iets gebeurt, kan de bouwheer verantwoordelijk worden gesteld.” Volgens Johan Bijvank kijken we vandaag toch heel anders tegen brandveiligheid aan dan in de jaren negentig. “Er zijn echt wel stappen gemaakt en er is meer aandacht voor details. Behalve dat het over mensenlevens gaat, is risicomanagement en imagoschade ook een motivatie om een brandveilig gebouw te bouwen / exploiteren. Bij een studentenhuis is er inderdaad maar één gedachte en dat is zoveel mogelijk geld verdienen en zo weinig mogelijk investeren. Maar een groot bedrijf, zoals een ziekenhuis of hotelketen, kan zich absoluut niet permitteren dat er iets vervelends gebeurt. Dat schaadt het imago enorm. Ook de verzekeraars spelen een steeds grotere rol als het gaat om brandveiligheid. Als ze na een ramp vaststellen dat de brandveiligheid niet deugt, trekken ze zich terug en keren niet uit. Er is dus ook zeker een financiële prikkel om brandveilig te bouwen en de installaties ook als zodanig te onderhouden.” Arne Inghelbrecht: “In Nieuw-Zeeland hebben ze dat beter voor elkaar. Ieder publiek gebouw moet over een ‘Warranty of Fitness’ beschikken met een jaarlijkse verplichting voor inspectie van alle doorvoeringen, installaties, et cetera. In de Belgische context zijn er nog veel stappen te nemen als we naar een verplichte inspectie en controle zouden gaan op uitvoering. Maar dan geldt opnieuw het verhaal, als er geen incentive is, gebeurt het niet.”

Kenny De Vleeschouwer, Proseco

Grootste misvattingen
De grootste misvatting op het gebied van brandveiligheid is volgens Kenny De Vleeschouwer inderdaad de manier waarop een doorvoering soms wordt gedicht. “Niet zelden wordt een doorvoering met een mortel of met schuim gevuld in het kader van dicht is dicht.” Steven Gabriel: “Zoals al eerder gezegd, speelt ook de kostprijs nog altijd een grote rol. Brandpreventie is vaak een bijkomstigheid achteraf en niet ingecalculeerd in het budget. Men houdt er geen rekening mee.” Louis van Rompay kan dat bevestigen en zegt: “De HVAC-man schrijft in voor een bepaald project en moet zorgen dat hij dat project binnenhaalt. Met de brandwerende afdichtingen wordt dan nauwelijks rekening gehouden. Het moet altijd achteraf nog ‘even’ gebeuren.” Luc Adam: “Ze voorzien daarvoor geen extra post, omdat het ook niet voorgeschreven is. Het is alleen één regeltje algemeen. Het thema brandveiligheid zou een standaard onderdeel moeten zijn in de opleiding van installateurs. Zodat ze weten dat als ze een kabel, leiding of kanaal door een brandcompartiment steken, ze deze ook gelijk brandwerend moeten afdichten.” Eddy Mackelbergh ziet in het ontwerpen met BIM een effectieve oplossing. “Alle mogelijke doorvoeringen worden dan al bekeken voordat het tot uitvoering komt. Maar nog weinig bedrijven en architectenbureaus zijn hier bekend mee in België. Vandaag worden alleen mastodonten van projecten in BIM uitgewerkt. Als het straks breed gedragen wordt, zullen ook de kleinere projecten in BIM worden uitgewerkt. Dat kan veel van deze problemen voorkomen.”

Johan Bijvank, Promat

Onvoorspelbaar
Een andere misvatting is de brand zelf, meent Johan Bijvank. “Als je nooit een brand hebt meegemaakt, onderschat je het ook heel snel. Het onvoorspelbare en grillige verloop van een brand, de snelheid en de enorme hoeveelheid schade die kan ontstaan, dat leeft bij mensen niet. Mensen die een brand hebben meegemaakt, staan daar heel anders is.” Luc Adam kan dat bevestigen: “Als je ziet hoe snel een ruimte onder rook kan komen te staan, dat kan je je bijna niet voorstellen. Je hebt vaak maar een paar minuten om buiten te geraken. En die minuten zijn zo voorbij. Daarom is compartimentering zo belangrijk. Het zijn logische zaken die je kunt meegeven zonder brandexpert te moeten zijn.” Johan Bijvank: “Ik maak vaak een vergelijking met de auto-industrie. Het aantal wettelijk verplichte onderdelen aan een auto is heel beperkt. Er hoeven geen ingewikkelde systemen in te zitten op het gebied van veiligheid. Toch zetten autofabrikanten daar bewust op in. Voor bouwheren zou veiligheid eigenlijk ook een integraal onderdeel moeten zijn. Installaties die bovendien onderhouden en gecontroleerd worden. Daar groeien we wel langzaam naar toe.” Arne Inghelbrecht: “Brandpreventie brengt inderdaad plots grote meerkosten met zich mee als er te laat aan wordt gedacht. Door hier aan het begin van een ontwerptraject al aandacht aan te geven, kan er veel efficiënter mee worden omgegaan. Brandpreventie heeft invloed op heel veel zaken; op de afwerking van een gebouw, op de afwerking van de gevel, de trappenkern, …. Er is nood aan een meer holistische aanpak.”

Luc Adam, KBS Systems

Politiek
Behalve in de opleiding van de installateurs zou brandveiligheid volgens Louis van Rompay ook als apart item in de aanbesteding meegenomen moeten worden om het hoger op de agenda te krijgen. “Zo krijgen we meer armslag, ook op het gebied van compartimenteringswerken. Het blijft vandaag nog altijd een hangend onderwerp. Al merk ik toch dat er steeds meer aandacht voor is, zeker bij de grote projecten.” De meeste doden door brand vallen echter te betreuren in eengezinswoningen, zegt Arne Inghelbrecht. “Als het gaat om brandveiligheid spreken we meestal over grote publieke gebouwen. We denken hierbij vaak aan iconische branden, zoals deze van Grenfell tower. Het is echter belangrijk dat het thema ook bij de Belgische bevolking gaat leven en dat daar meer bewustzijn wordt gecreëerd. Vanuit de politiek en media zou daar ook misschien meer gestuurd kunnen worden, zowel als het gaat om voorlichting, maar ook om het opleggen van wet- en regelgeving.” Johan Bijvank heeft een iets ander standpunt en vindt het vooral een taak van de gebouweigenaar. “Als gebouweigenaar heb je de zorgplicht en ben je verantwoordelijk voor wat er in je gebouw gebeurt. Dat moet je gewoon goed geregeld hebben.” Arne Inghelbrecht wil toch een kleine kanttekening maken: “In veel Angelsaksische landen ligt de focus op performantie gericht ontwerpen. De overheid stelt dat een gebouw brandveilig moet zijn, maar legt minder prescriptieve regels op. In België is de wetgeving juist heel prescriptief en dus voorgeschreven. We zouden beide werelden met elkaar moeten combineren door verstandig om te gaan met performantie gericht ontwerpen, maar toch nog voldoende verplichte controles en onderhoud op te leggen.”

Louis van Rompay: “België heeft toch altijd het aureool van strenge brandveiligheidseisen en van vroeger uit minder performante eisen voor wat betreft reactie bij brand, vloer, wand en plafondbekledingen. Juist door de invloed van Europa naar performantie gericht ontwerpen is een surplus gegeven aan de reactie bij brand. Men gaat niet alleen kijken naar de brandbaarheid van de gebruikte materialen, maar ook naar rookvorming, druppelvorming,…. Dat is dankzij Europa tot stand gekomen. Een belangrijke ontwikkeling.” Luc Adam resumeert: “Het is inderdaad een mix van allebei en bovenal gezond verstand.” Eddy Mackelbergh tot besluit: “We zouden installateurs en aannemers bovendien ervan bewust moeten maken dat een goed opgeleid personeelslid juist heel wat geld kan opbrengen. Alleen door samenwerking en meedenken kunnen we de brandveiligheid van gebouwen naar een hoger niveau tillen.”